Anatomie en Eigenschappen van een Snowboard – Wat is een Snowboard
Voordat je de Piste op gaat moet je weten hoe een Snowboard in elkaar zit, wat de verschillende elementen zijn en hoe een Snowboard werkt. Hier voorzien we je van alle informatie die je nodig hebt om te leren dat Snowboards tegenwoordig meer zijn dan een plank met wax eronder. Neem de tijd om de volgende elementen te identificeren:
Base (Belag)
Dit is de onderkant van het Snowboard die in contact komt met de Sneeuw. Alle serieuze racers en tuners zijn eeuwig op zoek naar een belag die sneller glijdt.
De meeste Soorten Belag worden gemaakt van een polyethyleen materiaal P-Tex genaamd. Deze zijn meestal 'sintered' of 'extruded'. Voor een Extruded Belag wordt de P-Tex gesmolten en de vorm van het board wordt dan uitgesneden. Dit soort belag is duurzaam en makkelijk te repareren, daarentegen is het de langzaamste soort belag en kan het minder wax opnemen. Voor Sintered Belag wordt de P-Tex eerst tot een poeder gemalen, verhit en in een machine samengeperst waarna het board wordt uitgesneden. Sintered belag is beter dan extruded belag: het is duurzamer, sneller en kan meer wax opnemen. Het is echter ook duurder dan extruded belag en moeilijker te repareren.
Als je een high-performance board wilt, neem dan een Snowboard met een Sintered Belag. Als je budget echter wat krapper is zal een Extruded Belag ook prima zijn werk doen.
Een ander Soort Belag dat nog beter is dan een Sintered P-Tex Belag is Grafiet Belag. Deze soort belag is de snelste soort die er is en kan nog meer wax vasthouden dan een sintered belag. Om een grafiet belag te maken wordt grafiet toegevoegd aan de bolletjes polyethyleen die gebruikt worden om belag te maken. Deze soort is altijd gitzwart en kom je vaak tegen op snelle race boards.
Camber (Voorspanning)
Dit is de kromming van het board. Deze kromming is zichtbaar als je het board op een platte ondergrond legt. Camber is gerelateerd aan flex. Hoe groter de voorspanning, hoe meer druk er op de neus en staart van het board rust en hoe kleiner de kans op klapperen van het board. Als de kromming erg gering is kan het board makkelijk spinnen, wat erg van pas komt bij bepaalde Freestyle Trucs. Als het om een tweedehands board gaat kan het echter ook een teken van slijtage/ouderdom zijn. Als je een nieuw board koopt let er dan op dat de voorspanning niet te sterk is. Een gematigde voorspanning stabiliseert het snowboard op hogere snelheiden en op hardere sneeuw of ijs en maakt het ook makkelijker om van kant te wisselen.
Contact Points (Contactpunten)
Dit zijn de plaatsen waar het board contact maakt met de sneeuw zonder er iemand op het board staat. Dit wordt ook wel de 'wheel base' of wielbasis van het board genoemd. De contactpunten liggen in de buurt van de neus en de staart. Leg je board op een plat vlak en schuif een stukje papier onder de Voorspanning, schuif dit stukje vervolgens richting de neus of staart om het contactpunt te vinden. Daar waar het papier tegengehouden wordt zit het contactpunt.
Edge ((Staal)kant)
Dit is de metalen kant van het Snowboard. De Teenkant of Frontside is de kant van het board waar je tenen zitten. Vanzelfsprekend zit de Hielkant of Backside aan de kant waar je hielen zich bevinden.
Effective Edge (Effectieve Kantenlengte)
De lengte van de staalkant die in contact komt met de sneeuw als het snowboard vlak ligt is de effectieve kantenlengte. Dit gedeelte van het snowboard wordt gebruikt om een bocht te carven, daarom worden de kanten van de neus en staart van het board niet meegerekend. Hoe langer de effectieve kantenlengte hoe stabieler het board, een kortere effectieve kantenlengte maakt dat het board wat makkelijker draait.
Flex Point
Flex is de buiging van het board, het Flex Point is het punt waar het board het eerste buigt. Dit punt ligt tussen de twee Bindingen op het Snowboard. Eigenschappen zoals flex, torsie en stijfheid bepalen het rijgedrag van het board. Een Stiffer-Flex (stijver) Snowboard heeft minder flex, is stabieler en heeft meer grip op IJs en Crust (voer link in). Een Soft-Flex (soepel) Snowboard heeft meer flex en geeft wat minder response, maar vergeeft de beginnende boarder zijn foutjes.
Het gewicht van de boarder is ook van invloed op de flex van een snowboard. Lichtere boarders geven de voorkeur aan soft-flex boards omdat deze oneffenheden beter kunnen opvangen en makkelijker draaien. Freestyle Snowboards zijn de soepelste boards, daarna komen de Freeride Snowboards, gevolgd door Alpine Snowboards.
Nose/Tip (Neus)
Zoals de naam al doet vermoeden is de Neus van het Snowboard het uiterste puntje van een snowboard. Als je een Twin-Tip Snowboard hebt met een Neus en Staart die identiek zijn aan elkaar, is de neus het uiteinde dat wat meer omhoog steekt. Alpine Snowboards hebben vaak een wat spitsere neus, Freestyle en Freeride Snowboards hebben een afgeronde neus. Een alpine board heeft een kortere neus dan Freestyle en Freeride boards omdat een langere en hogere neus meer luchtweerstand inhoudt.
Nose/Tip Length (Neuslengte)
De lengte van het board van het wijdste stuk van de neus tot aan het uiterste puntje.
Nose/Tip Width (Neuswijdte)
Het wijdste stuk van het board gemeten aan de neus.
Overall Length (Lengte)
De lengte van een snowboard wordt gemeten van de neus van het board tot aan de staart. De lengte wordt over het algemeen weergegeven in centimeters.
Sidecut Radius (Radiale Taillering)
De Taillering of Sidecut van een Snowboard is het verschil in breedte tussen de neus, het midden (taille) en de staart van het board. De radius is de straal van de cirkel die je zou maken als je alleen maar op één kant van je board zou snowboarden. Hoe kleiner de radius hoe scherper de bocht, hoe groter de radius hoe ruimer de bocht. Door de radius krijgt een snowboard dan ook zijn typische zandloperfiguur.
Stomp Pad
Een stomp pad of anti rutsch pad is een soort rubberen mat die je op je Snowboard tussen de bindingen plakt. Deze gebruik je als je alleen je voorste voet in de Binding hebt zitten (bij het verlaten van een stoeltjeslift bijvoorbeeld). Zonder een anti rutsch pad is er een kans dat je voet van het board afglijdt en in de sneeuw blijft steken. Voor je het weet eindig je in een pijnlijke spagaat.
Tail (Staart)
De staart is het andere uiteinde van het Snowboard. Over het algemeen is de staart wat platter en hoekiger dan de neus. Vooral bij Alpine Snowboards is dit duidelijk te zien. Sommige alpine boards hebben een inkeping in de staart voor meer controle in de bocht. Van Freestyle Snowboards hebben de neus en staart vaak dezelfde vorm om het makkelijker te maken om Fakie te rijden.
Tail Length (Staartlengte)
De lengte van het board van het wijdste stuk van de staart tot aan het uiterste puntje.
Tail Width (Staartwijdte)
Het wijdste stuk van het board gemeten aan de staart.
Top/Deck
De Top is de Bovenkant van het Snowboard waar de Bindingen op bevestigd zijn. In het Deck zitten gaatjes (Inserts) om de bindingen aan het board vast te maken in verschillende angles en stances (stand van de voeten op het board).
Waist Width (Taillering)
Dit is het smalste punt van het board. De Taillering zit vaak in het midden van de Sidecut, tussen de Bindingen in. De taillering moet ongeveer gelijk zijn aan je schoenmaat. Met een smal board kun je makkelijk van kant wisselen, maar als je voeten te groot zijn voor het board zullen de voordelen van een smal board verloren gaan. De bindingen zullen uitsteken en bij het carven graven je tenen of hielen zich in de sneeuw.
|